|   All Languages   
EN   SV   IS   RU   RO   FR   SK   IT   NL   LA   ES   UK   PT   FI   HU   NO   BG   HR   CS   DA   TR   PL   EO   SR   SQ   EL   BS   |   FR   SK   IT   ES   IS   NL   RO   HU   PL   SV   RU   NO   UK   FI   SQ   DA   CS   PT   HR   BG   LA   EO   SR   TR   BS   EL

Duits-Nederlands woordenboek

Dutch-German translation for: [één]
  äöüß...
  Options | Tips | FAQ | Abbreviations

LoginSign Up
Home|New Website|About|Vocab Trainer|Subjects|Users|Forum|Contribute!

in other languages:

Deutsch - Niederländisch
English - Dutch
English - all languages

Dictionary Dutch German: [één]

Translation 1 - 50 of 140  >>

Dutch German
enkel {adj} {adv} [niet meer dan één]
53
einzig
daarboven {adv} [boven een grens]
41
darüber
wat {adv} [een beetje]
21
etwas [ein bisschen]
enigszins {adv} [een beetje]
18
etwas [ein wenig]
anders {adv} [op een andere manier; verschillend]
12
anders
aangeschoten {adj} {adv} [een beetje dronken]
4
angetrunken
aangeschoten {adj} {adv} [een beetje dronken]
2
beschwipst [ugs.]
bedrukt {adj} {past-p} [met een opdruk]
2
bedruckt
klein {adv} [bijv. een klein jaar]
2
knapp [z. B. knapp ein Jahr]
aangeschoten {adj} {adv} [een beetje dronken]angeheitert
enigszins {adv} [een beetje]ein bisschen
enigszins {adv} [een beetje]ein wenig
eventjes [een korte tijd]ein Weilchen
katterig {adj} {adv} [een kater hebbend]verkatert [ugs.]
kinderachtig {adj} {adv} [als van een kind]kindlich
Verbs
afspreken {verb} [een afspraak maken]
72
verabreden
voorstellen {verb} [een voorstel doen]
69
vorschlagen
opl. zakken {verb} [niet slagen voor een examen]
26
durchfallen [nicht bestehen]
rijden {verb} [op een dier]
23
reiten
schakelen {verb} [naar een andere versnelling gaan]
22
schalten
bellen {verb} [met een bel een sein geven]
21
klingeln
overkomen {verb} [een bepaalde indruk maken]
10
wirken [einen bestimmten Eindruck machen]
klaarkomen {verb} [een orgasme krijgen]
9
kommen [ugs.] [einen Orgasmus haben]
iets besluiten {verb} [een einde aan iets maken]
7
etw. abschließen [beenden]
iets benoemen {verb} [een naam geven]
6
etw. benennen [bezeichnen]
iets opstellen {verb} [bijv. een brief]
6
etw. aufsetzen [Schriftstück]
kriebelen {verb} [een gevoel van jeuk geven]
6
kitzeln
bestuur. econ. gunnen {verb} [een opdracht toewijzen]
5
vergeben [Arbeit, Auftrag]
iets smeren {verb} [een broodje]
5
etw. bestreichen [z. B. Brot]
knopen {verb} [een knoop leggen]
5
knoten
duwen {verb} [een wagen]
4
anschieben [einen Wagen]
iem. vervoeren {verb} [in een roes brengen]
4
jdn. berauschen
overschakelen {verb} [een andere verbinding opzetten]
4
umschalten
iets besluiten {verb} [een einde aan iets maken]
3
etw. beenden
iets opvolgen {verb} [BN] [controle op de voortgang van een proces of van werkzaamheden]
3
etw. nachverfolgen
overkomen {verb} [fig.] [begrepen worden; een bepaalde indruk maken]
2
rüberkommen [ugs.] [verstanden werden; einen bestimmten Eindruck machen]
telecom. [met enige moeite een telefoonverbinding naar iem. tot stand brengen] {verb}sich zu jdm. durchtelefonieren [ugs.]
aanstaan {verb} [op een kier staan]angelehnt sein
afgaan {verb} [een gek figuur slaan]sich blamieren
bellen {verb} [met een bel een sein geven]schellen [regional]
werk Unverified iem. aanduiden {verb} [BN] [iem. met een ambt bekleden]jdn. anstellen [in ein Amt einsetzen]
iem. bekronen {verb} [fig.] [een prijs toekennen]jdn. mit einem Preis auszeichnen
iem. helpen {verb} [in een winkel]jdn. bedienen
iem. uitzetten {verb} [uit een land verbannen]jdn. des Landes verweisen
iets scherpen {verb} [bijv. een potlood]etw.Akk. anspitzen [z. B. einen Bleistift]
klaarkomen {verb} [een orgasme krijgen]einen Orgasmus haben
kriebelen {verb} [een gevoel van jeuk geven]kribbeln
ontzetten {verb} [een ambt ontnemen]entheben [geh.]
openstaan {verb} [niet dicht zijn, van een rekening]offen stehen
opstapelen {verb} [een stapel maken]aufschichten
» See 529 more translations for één outside of comments
Previous page   | 1 | 2 | 3 |   Next page
Feel free to link to this translation! Permanent link: https://denl.dict.cc/?s=%5B%C3%A9%C3%A9n%5D
Hint: Double-click next to phrase to retranslate — To translate another word just start typing!
Search time: 0.019 sec

» Dieses Gerät BL o.k. ieren [één]/DENL
 

Add a translation to the Dutch-German dictionary

Do you know German-Dutch translations not listed in this dictionary? Please tell us by entering them here!
Before you submit, please have a look at the guidelines. If you can provide multiple translations, please post one by one. Make sure to provide useful source information. Important: Please also help by verifying other suggestions!

Limited Input Mode
More than 1000 translations are waiting for verification. This means you can only add a new
translation if you log in and review another one first (max. 500 unverified entries per user).
The input form will only work from within the Contribute! section.


more...
German more...
Word Class more...
Subject
Comment
(Source, URL)
Similar

New Window

back to top | home© 2002 - 2026 Paul Hemetsberger | Contact | Privacy: See button bottom left
Dutch-German dictionary (Duits-Nederlands woordenboek) developed to help you share your knowledge with others. More information
Links to this dictionary or to single translations are very welcome! Questions and Answers
Advertisement